Kruissteekwoordenlijst: elk begrip dat je moet kennen
Wat is frogging? Wat is een WIP? Meer dan 100 kruissteektermen helder uitgelegd van A tot Z, van aida en steelsteek tot waste canvas.
Kruissteek heeft een eigen taal, en veel van die woorden zijn Engels. Heb je ooit op Reddit iemand zien schrijven dat ze haar BAP aan het froggen was terwijl ze naar Flosstube keek, en had je geen idee waar het over ging? Dan is deze pagina voor jou.
A
Aida – De meest gebruikte stof voor kruissteek. Een stugge katoenen stof met een duidelijk ruitjespatroon en goed zichtbare gaatjes, waardoor je de steken makkelijk kunt tellen. Gangbare stofdichtheden zijn 11, 14, 16 en 18 count. 14 count is voor de meeste borduursters de standaard.
Anchor – Een van de grote merken borduurgaren, en na DMC het populairste. Heeft een eigen nummering van de kleuren die niet overeenkomt met de DMC-nummers. Iets meer verbreid in het Verenigd Koninkrijk. Knytstudio ondersteunt de garenkleuren van Anchor.
B
Backstitch (steelsteek) – Een lijnsteek waarmee je randen aangeeft en details toevoegt aan een kruissteekwerk. Meestal met één draad donker garen, nadat alle kruissteken klaar zijn. Laat gezichten, tekst en fijne details eruit springen.
BAP – Big Ass Project. Een groot, ambitieus kruissteekwerk waar je maanden of jaren over doet. Alles wat volgeborduurd is en groter dan 200x200 steken telt mee. Zie hoe lang kruissteekprojecten echt duren voor realistische tijdsinschattingen.
Beading (kraaltjes) – Kleine rocailles toevoegen aan een kruissteekontwerp voor structuur en glans. Je zet ze vast met een kralennaald en een halve kruissteek.
Binca – Een stof die lijkt op aida, maar stugger en grover is, meestal in 6 of 11 count. Wordt soms gebruikt voor projecten met kinderen. Winkels zetten weleens per ongeluk Binca op een etiket van aida.
Blending (mengen) – Twee verschillende kleuren garen tegelijk in dezelfde naald gebruiken om een gemengde kleur te krijgen. Ook wel tweeding genoemd. Mooi voor kleurverlopen en subtiele overgangen.
Blending filament – Een speciaal garen (zoals Kreinik) dat een subtiel metallic- of parelmoereffect geeft als je het samen met gewoon borduurgaren in de naald gebruikt. Voelt een beetje aan als visdraad.
Bobbin (garenkaartje) – Een klein kaartje van plastic of karton om borduurgaren op te winden en te bewaren. Houdt je garen overzichtelijk en voorkomt knopen.
Bobbin ring – Een grote ring van metaal of plastic waaraan je de garenkaartjes hangt van het project waar je nu aan werkt.
Bobbin winder (opwinder) – Een klein hulpmiddel waarmee je garen van de streng op een kaartje windt zonder het met de hand te doen.
C
Chart (patroon, telpatroon) – Een ander woord voor een kruissteekpatroon. Elk hokje op het patroon staat voor één steek, en de kleur of het symbool vertelt welk garen je gebruikt.
Color chart (kleurenpatroon) – Een versie van het patroon die in de echte garenkleuren is gedrukt. Sneller te lezen dan een symbolenpatroon, maar kleuren die op elkaar lijken zijn soms lastig uit elkaar te houden.
Confetti – Losse steken in verschillende kleuren die verspreid over een patroon liggen, als rondgestrooide confetti. Heel gewoon bij patronen die van een foto zijn gemaakt. Maakt patronen lastiger en saaier om te borduren, omdat je steeds van garen wisselt. Knytstudio heeft een ingebouwd gereedschap om confetti op te ruimen dat dit automatisch doet.
Conversion chart (omrekentabel) – Een overzicht dat garenkleuren van het ene merk koppelt aan het andere (bijvoorbeeld DMC naar Anchor). De kleuren komen niet perfect overeen, maar wel dicht genoeg. In Knytstudio kies je je favoriete merk bij het instellen van je patroon.
Count (stofdichtheid) – Het aantal gaatjes of hokjes per inch (2,54 cm) op je stof. 14-count aida heeft 14 hokjes per inch. Een hogere count betekent kleinere steken, meer detail en een kleiner eindresultaat. Gangbare counts: 11, 14, 16, 18, 22, 28. Gebruik de stofmaatcalculator om te zien wat de count doet met je eindmaat.
Counted cross stitch (telwerk) – Kruissteek op effen stof waarbij je een gedrukt of digitaal telpatroon volgt, in tegenstelling tot voorgedrukt borduurwerk waarbij het ontwerp al op de stof staat.
Cross country – Een manier van borduren waarbij je met één kleur doorwerkt over grote delen van het patroon voordat je naar de volgende kleur gaat, in plaats van steeds één klein stuk helemaal af te maken. Kan meer garen kosten, maar sommige borduursters werken er het liefst zo.
D
Danish method (Deense methode) – Een techniek waarbij je eerst een hele rij halve steken borduurt (////) en daarna terugwerkt om de kruisjes af te maken (\\). Populair om grote vlakken van één kleur te vullen. Het tegenovergestelde van de Engelse methode.
Dithering – Een techniek uit de digitale beeldbewerking waarbij kleuren in een patroon door elkaar worden gezet om kleurverlopen na te bootsen. Bij het omzetten naar een kruissteekpatroon kan dithering een patroon vol confetti opleveren dat er van een afstand goed uitziet, maar vreselijk is om te borduren.
DMC – Het populairste merk borduurgaren ter wereld. Een Frans bedrijf met honderden kleuren, elk met een eigen nummer (DMC 310 is bijvoorbeeld zwart). De standaard waar de meeste patronen op zijn gebaseerd. Knytstudio ondersteunt de kleuren van DMC.
E
Easy count aida – Aida met een voorgedrukt raster (meestal in blokken van 10x10) dat na het borduren uitwast. Scheelt je het zelf aanbrengen van hulplijnen.
Ecru – Een crème- of gebroken witte kleur, zoals ongebleekt katoen. Zowel een gangbare stofkleur als een garenkleur van DMC.
Embroidery floss (borduurgaren) – Het garen voor kruissteek. Bestaat uit zes losjes getwijnde draadjes die je voor het borduren uit elkaar haalt. Bij kruissteek gebruik je meestal twee draden tegelijk. Ook wel splijtgaren of muliné genoemd, in het Engels stranded cotton of gewoon “floss”.
Embroidery hoop (borduurring) – Een rond raam (meestal van hout of plastic) om de stof strak te houden tijdens het borduren. Verkrijgbaar van zo’n 5 tot 30 cm (2 tot 12 inch). Kun je ook gebruiken om afgewerkte stukken in op te hangen.
English method (Engelse methode) – Een techniek waarbij je elk kruisje meteen helemaal afmaakt voordat je naar de volgende steek gaat. Het tegenovergestelde van de Deense methode. Beter voor verspreide steken en stukken met veel confetti.
Evenweave – Een stof met gelijkmatig verdeelde draden, zachter en soepeler dan aida. Je borduurt er meestal “over twee” draden op. Bekende merken zijn Jobelan en Lugana. Populair bij ervaren borduursters die van een soepelere val houden.
F
Fabric count (stofdichtheid) – Zie Count. Met de stofmaatcalculator reken je voor elke count de eindmaat uit.
FAD – Fun and Done. Een klein, snel project dat je in een of twee keer afmaakt. Het tegenovergestelde van een BAP.
FFO – Fully Finished Object. Een kruissteekwerk dat helemaal af is: gewassen, gestreken en ingelijst of op een andere manier afgewerkt.
Floss – Zie Embroidery floss.
Floss drop – Een klein decoratief gewichtje dat je aan je draad klemt, zodat die recht hangt en niet in de war raakt tijdens het borduren.
Flosstube – Het kruissteekhoekje van YouTube. Borduursters filmen zichzelf en laten hun voortgang, aankopen, afgewerkte stukken en voorraad zien. Een enorme en actieve community.
FO – Finished Object. Een werk waarvan al het borduurwerk klaar is, ook al is het nog niet gewassen, ingelijst of afgewerkt.
Fractional stitch (deelsteek) – Een kwart-, halve of driekwartsteek waarmee je vloeiendere rondingen en schuine lijnen maakt. Makkelijker op evenweave dan op aida, omdat je midden in een hokje moet steken.
Frame (borduurraam) – Een rechthoekig raam van hout of plastic om de stof strak te houden tijdens het borduren. Groter dan een borduurring, en je hoeft het minder vaak te verplaatsen.
Fray check – Een vloeibaar middel dat je op de randen van de stof aanbrengt zodat die niet rafelen terwijl je werkt.
French knot (Frans knoopje) – Een klein decoratief knoopje dat je maakt door het garen om de naald te wikkelen voordat je terugsteekt in de stof. Voor piepkleine details zoals ogen en hartjes van bloemen. Door elke beginner gevreesd, uiteindelijk door iedereen beheerst.
Frogging (uithalen) – Steken uithalen om een fout te herstellen. Vernoemd naar het geluid van een kikker in het Engels: “rip it, rip it” (haal het uit). Bij iedereen het minst favoriete klusje, maar onvermijdelijk.
Full coverage (volgeborduurd) – Een patroon waarbij elk hokje van de stof geborduurd wordt, zodat er geen stof meer te zien is. Patronen van foto’s en patronen van HAED zijn vaak volgeborduurd. Volgeborduurde projecten duren een stuk langer; zie de realistische tijdsinschattingen voor verschillende projectgroottes.
Full stitch (hele kruissteek) – Een complete kruissteek: één X van twee schuine steken die elkaar kruisen.
G
Gridding (hulplijnen aanbrengen) – Een raster op je stof aanbrengen voordat je begint met borduren, meestal in blokken van 10x10 die overeenkomen met het raster van het patroon. Met een wateroplosbare pen, visdraad of speciaal rijggaren. Maakt tellen bij grote projecten veel makkelijker.
Grime guard – Een stoffen hoes om je borduurring of raam die de stof die bloot ligt schoon houdt terwijl je borduurt. Ook wel ringhoes of raamhoes genoemd.
H
HAED – Heaven And Earth Designs. Een patronenbedrijf dat bekendstaat om extreem grote, gedetailleerde en volgeborduurde ontwerpen. Wordt vaak gebruikt als verzamelnaam voor elk enorm, ambitieus patroon.
Half stitch (halve kruissteek) – Eén schuine steek (/ of \), de helft van een hele kruissteek. Gebruikt voor schaduw, achtergronden en een lichter, transparanter effect.
Hoop – Zie Embroidery hoop.
I
Isolation level (isolatieniveau) – In patroonsoftware zoals Knytstudio een instelling van het gereedschap om confetti op te ruimen. Die bepaalt hoe “eenzaam” een steek moet zijn (hoe weinig buren van dezelfde kleur hij heeft) voordat hij als confetti wordt gezien en vervangen.
J
Jobelan – Een populair merk evenweave. Zachter dan aida, met een lichte glans. Verkrijgbaar in veel counts en kleuren.
JP Coats – Een merk borduurgaren. Knytstudio ondersteunt de garenkleuren van JP Coats.
K
Kit (borduurpakket) – Een kant-en-klaar kruissteekproject met patroon, stof, garen, naald en uitleg. Alles wat je nodig hebt in één doos. Ideaal voor beginners of als cadeau.
L
Linen (linnen) – Een natuurlijke stof van vlasvezels. Meer structuur en een “landelijker” uiterlijk dan aida, met kleine onregelmatigheden in het weefsel. Je borduurt over twee draden. Veel ervaren borduursters zweren erbij.
LNS – Local Needlework Store, de handwerkwinkel om de hoek. Steeds zeldzamer en kostbaarder. Steun de jouwe als je er een hebt.
Loop start (lusbegin) – Een techniek om je draad zonder knoop vast te zetten. Je vouwt één draadje dubbel, rijgt het gevouwen uiteinde door de naald, begint je eerste halve steek en haalt de naald aan de achterkant door de lus. Netjes, plat en zonder knoop. Werkt alleen met een even aantal draden.
Lugana – Een populair merk evenweave. Zachter dan aida, meestal verkrijgbaar in 25 en 28 count.
M
Markup R-XP – Een app voor iPhone, iPad en Android waarmee je gekochte PDF-patronen digitaal afvinkt, met een abonnement. Vooral populair bij borduursters op Apple-apparaten, omdat Pattern Keeper daar niet bestaat.
Maxi – Een merk borduurgaren. Knytstudio ondersteunt de garenkleuren van Maxi.
MCBAP – Massively Complicated Big Ass Project. Voor als een BAP nog niet dramatisch genoeg is.
Metallic thread (metallic garen) – Glanzend garen voor schittering en accenten. Prachtig in het eindresultaat, maar berucht lastig om mee te werken. Raakt makkelijk in de war, rafelt en splijt. Gebruik korte draden en een naald met een groter oog.
MSAL – Mystery Stitch-A-Long. Een SAL waarbij het hele patroon niet vooraf bekend is. De delen verschijnen een voor een, dus je weet pas hoe het eruitziet als het af is.
Mystery fibers – Onbekende draadjes die op de een of andere manier in je werk meegeborduurd zijn. Een haar van je huisdier, een pluisje van je kleding of iets uit een andere dimensie. Het overkomt iedereen.
N
Needle minder (naaldmagneet) – Een kleine decoratieve magneet (twee magneten met de stof ertussen) waar je je naald aan vastzet als je hem niet gebruikt. Voorkomt dat je naalden in de bank verdwijnen. Een gewild verzamelobject; er is een hele markt voor schattige exemplaren.
Needlepoint (stramienwerk, petit point) – Een verwante techniek waarbij je met wol op stramien werkt en meestal het hele oppervlak met halve steken bedekt. Wordt vaak verward met kruissteek, maar het zijn verschillende technieken.
O
One over one (1 over 1) – Borduren waarbij elk kruisje over één draad van de stof gaat. Geeft heel kleine, gedetailleerde steken. Gebruikt op stoffen met een hoge count voor maximaal detail.
Overdyed thread (overgeverfd garen) – Garen dat in meerdere kleuren is geverfd, zodat de tint over de lengte verandert. Geeft een natuurlijke kleurvariatie zonder dat je van draad hoeft te wisselen.
P
Palette (palet) – De garenkleuren die in een patroon worden gebruikt. In Knytstudio kun je je palet in de editor bekijken en aanpassen, en kleuren toevoegen of verwijderen.
Parking (parkeren) – Een gevorderde manier van borduren waarbij je een draad niet afhecht als je in een stuk klaar bent met die kleur, maar de naald “parkeert”: je brengt hem omhoog op de plek waar je die kleur hierna nodig hebt. Je krijgt veel ingeregen naalden aan de stof, maar je bespaart tijd op beginnen en afhechten. Efficiënt bij stukken met veel confetti.
Pattern (patroon) – Zie Chart.
Pattern Keeper – Een populaire app voor Android die je kruissteekpatroon digitaal toont en waarin je steken afvinkt terwijl je borduurt. Vervangt het papieren patroon. Een versie voor iOS is al jaren aangekondigd, maar nooit verschenen.
Pattern mill – Een winkel (meestal op Etsy of Amazon) die in massa kruissteekpatronen van lage kwaliteit maakt door foto’s zonder enige nabewerking door automatische omzetsoftware te halen. Het resultaat heeft vaak veel te veel confetti, verkeerde kleuren en onrealistische aantallen steken. Iets anders dan een goed ontwerpprogramma gebruiken en de tijd nemen om het resultaat op te schonen.
PDF pattern (PDF-patroon) – Een kruissteekpatroon als PDF-bestand, meestal met een kleurenpatroon, een symbolenpatroon en een garenlijst. Het standaardformaat om patronen digitaal te verkopen en te verspreiden.
Perforated paper (borduurpapier) – Stevig papier met gaatjes in een raster, als alternatief voor stof. Meestal 14 count. Populair voor hangers, boekenleggers en kaarten, omdat het zijn vorm houdt.
Petite stitch – Een heel kleine kruissteek die een kwart van een gewoon hokje beslaat. Vier petite stitches passen in de ruimte van één gewone steek. Voor heel fijn detail.
Pixel – Bij het ontwerpen van kruissteekpatronen staat één pixel in een digitale afbeelding voor één steek. Zet je een foto om naar een patroon, dan maak je van de afbeelding eigenlijk pixelkunst.
Q
Q-snap – Een rechthoekig raam van pvc-buizen met klemmen. Lichter dan houten ramen en makkelijk bij te stellen. Populair voor middelgrote tot grote projecten.
Quarter stitch (kwartsteek) – Een kleine steek over een kwart van een hokje. De naald gaat van een hoek naar het midden van het hokje. Voor fijn detail en vloeiende rondingen.
R
Railroading – Een techniek waarbij je je naald tussen de twee draadjes garen door steekt voordat je hem doorhaalt, zodat de draadjes plat en evenwijdig op de stof liggen in plaats van om elkaar heen te draaien. Geeft nettere, gladdere steken.
S
SAL – Stitch-A-Long. Een groepsactiviteit waarbij borduursters in een vaste periode samen aan hetzelfde patroon (of thema) werken. Kan in het echt of online.
Scroll frame (rolraam) – Een raam met draaibare latten boven en onder, zodat je door een groot stuk stof kunt rollen zonder het steeds opnieuw in een ring te spannen.
Seam ripper (tornmesje) – Een klein hulpmiddel met een scherp mesje om steken door te snijden en te verwijderen bij het uithalen. Sneller dan steken met een naald uitpeuteren.
Skein (streng) – De standaardeenheid waarin borduurgaren verkocht wordt. Een streng DMC is 8 meter zesdraads garen. Kost meestal rond de een euro.
Stamped cross stitch (voorgedrukt borduurwerk) – Een methode waarbij het patroon met uitwasbare inkt direct op de stof is gedrukt, zodat je over het gedrukte ontwerp borduurt. De lijnen wassen uit als je klaar bent. Eenvoudiger dan telwerk.
Stash (voorraad) – Je verzameling borduurspullen, vooral stof en garen. De omvang van haar voorraad is voor elke borduurster een bron van trots en een licht schuldgevoel.
Stitch count (aantal steken) – Het totale aantal steken in een patroon, of de afmetingen in steken (bijvoorbeeld “100 x 150 steken”). Daarmee bereken je de eindmaat op basis van de stofdichtheid.
Stitchy buddy – Elk huisdier dat bij je (of op je) zit terwijl je borduurt. Katten zijn de meest voorkomende stitchy buddies, en ook degenen die het vaakst je garen proberen op te eten.
Stranded cotton – Zie Embroidery floss.
Sullivans – Een merk borduurgaren. Knytstudio ondersteunt de garenkleuren van Sullivans.
Symbol chart (symbolenpatroon) – Een versie van het patroon waarin elke garenkleur een eigen symbool heeft (vierkantjes, driehoekjes, stipjes, letters) in plaats van een kleur. Onmisbaar als je veel tinten hebt die op een kleurenpatroon lastig uit elkaar te houden zijn.
T
Tapestry needle (borduurnaald met stompe punt) – Een naald met een stompe punt en een groot oog, gemaakt voor kruissteek. De stompe punt glijdt tussen de draden van de stof door zonder ze te splijten. Maat 24 voor 14-count aida, maat 26 voor 18 count en fijner.
Thread (garen) – Zie Embroidery floss.
Thread conditioner – Een middel (zoals Thread Heaven of bijenwas) dat je op garen aanbrengt tegen klitten, rafelen en statische lading. Vooral handig bij metallic garen.
Three-quarter stitch (driekwartsteek) – Een deelsteek die een kwartsteek en een halve steek combineert. Beslaat driekwart van een hokje. Voor vloeiendere rondingen en schuine randen.
Tweeding – Zie Blending.
Two over two (2 over 2) – Borduren over twee draden, zoals op evenweave en linnen. Zie Evenweave.
V
Variegated thread (verlopend garen) – Garen dat over de lengte geleidelijk van kleur verandert. Geeft een gearceerd of ombré-effect zonder dat je van draad hoeft te wisselen.
W
Waste canvas – Tijdelijk stramien met een raster dat je op gewone stof rijgt (bijvoorbeeld een T-shirt, een tas of een spijkerbroek). Je borduurt je ontwerp erdoorheen en trekt daarna voorzichtig draad voor draad het stramien weg. Zo kun je op bijna alles kruissteek borduren.
Waste knot – Een manier om met een nieuwe draad te beginnen: je legt een knoop in het uiteinde en steekt die een paar centimeter van je beginpunt aan de voorkant in de stof. Terwijl je naar de knoop toe werkt, bedekken je steken de draad aan de achterkant, en als je bij de knoop bent knip je hem eraf.
Water-soluble pen (wateroplosbare pen) – Een markeerpen om hulplijnen en markeringen op stof te zetten. De lijnen verdwijnen als je ze uitspoelt met water. Probeer het altijd eerst uit op een restje.
WIP – Work In Progress. Een project waar je nu aan werkt. De meeste kruissteekborduursters hebben meerdere WIP’s tegelijk lopen, wat volkomen normaal is en helemaal geen probleem.
Stofdichtheid in één oogopslag
| Count | Steken per inch | Ideaal voor | Eindmaat van 100x100 steken |
|---|---|---|---|
| 11 | 11 | Beginners, kinderen | 23 x 23 cm (9 x 9 inch) |
| 14 | 14 | Populairst, voor alles | 18 x 18 cm (7 x 7 inch) |
| 16 | 16 | Iets meer detail | 16 x 16 cm (6,3 x 6,3 inch) |
| 18 | 18 | Fijn detail | 14 x 14 cm (5,6 x 5,6 inch) |
| 22 | 22 | Heel fijn werk | 11,5 x 11,5 cm (4,5 x 4,5 inch) |
| 28 | 14 (over twee) | Evenweave/linnen | 18 x 18 cm (7 x 7 inch) |
Garenmerken in één oogopslag
| Merk | Herkomst | Opmerkingen |
|---|---|---|
| DMC | Frankrijk | Het meest gebruikt. Honderden kleuren. De standaard in de branche. |
| Anchor | Verenigd Koninkrijk/Duitsland | Op één na populairst. Andere nummering dan DMC. |
| Sullivans | Australië | Goede kwaliteit, steeds populairder. |
| JP Coats | Verenigde Staten | Overal verkrijgbaar in Noord-Amerika. |
| Maxi | Turkije | Populair in Europa en het Midden-Oosten. |
Alle vijf merken worden in Knytstudio ondersteund bij het maken van patronen en het zoeken van passende kleuren.
Zin om te gaan ontwerpen? Maak gratis een kruissteekpatroon, of lees hoe je van elke foto een patroon maakt. Wil je weten hoeveel stof je nodig hebt? Probeer de stofmaatcalculator.
Mis je een begrip? Laat het ons weten, dan voegen we het toe.